Voorburg, 20 mei 2010

Geen misbruik renovatiebepaling
IVBN bestrijdt met klem dat er misbruik gemaakt zou worden van de renovatiebepaling, zoals nu wordt gesuggereerd in de media. Het Tweede Kamerlid mevrouw Gesthuizen van de SP stelt, inmiddels samen met CDA, PvdA en Groen Links, dat er door verhuurders op grote schaal misbruik gemaakt zou worden van de renovatiebepaling en dat winkeliers bij renovatie “zomaar op straat te zetten zouden zijn”. Dit is pertinent onjuist. Winkeliers genieten in Nederland (in tegenstelling tot andere Europese landen) een ongekend stevige huurbescherming. Niet alleen juridisch, maar ook gezien vanuit de huidige huurdersmarkt hebben huurders een zeer sterke positie tegenover verhuurders. Dat laatste geldt met name voor de grote huurders en de winkelketens, maar in het huurrecht wordt geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine huurders. 
 
De huidige renovatiebepaling is evenwichtig en houdt rekening met de belangen van zowel de huurder als de verhuurder. Institutionele beleggers gaan zorgvuldig met de bepaling om. In alle (ons bekende) individuele zaken die tot nu toe door de rechter zijn getoetst, heeft de rechter dat ook bevestigd. Bij een dergelijke contractbreuk moet de verhuurder immers de noodzaak overtuigend aantonen en ook laten zien wat hij allemaal heeft gedaan en aangeboden om met de individuele winkelier tot overeenstemming te kunnen komen.
 
De bepaling inzake renovatie is in 2003 ingevoerd om het voor de verhuurder mogelijk te maken over te gaan tot (noodzakelijke) renovatie/herontwikkeling. Daarbij lopen de belangen van het collectief van de winkeliers volstrekt gelijk met de belangen van de verhuurder. In het verleden is echter gebleken dat de dringend noodzakelijke renovatie van een winkelcentrum door bepaalde individuele winkeliers gemakkelijk kon worden geblokkeerd of extreem lang kon worden tegen gehouden. Dat is reden geweest voor het invoeren van deze bepaling. Individuele winkeliers gingen per definitie in verzet of vroegen exorbitante vergoedingen voor het geval ze moesten verhuizen of als ze – in het uiterste geval – niet herplaatst konden worden. Een belegger zal juist zijn uiterste best doen alle goed functionerende winkeliers (waaronder met name ook de kleine) in het centrum te behouden.
 
IVBN hoopt de komende maanden zowel de initiatiefnemers als de andere Kamerleden ervan te kunnen overtuigen om de huidige balans in de renovatiebepaling tussen de belangen tussen zowel verhuurder, als het collectief van huurders én de individuele huurder in stand te laten. IVBN vreest dat anders de toekomstige renovatie van winkelcentra onmogelijk wordt gemaakt en dat is niet in het belang van het collectief van huurders, noch van de verhuurder.


Noot voor de redactie: Contactpersoon drs. F.J.W. van Blokland MRICS, directeur IVBN 070-3000371 of 06 54 25 24 15 De Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN) behartigt de gezamenlijke belangen van grote pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, vermogensbeheerders en (al dan niet beursgenoteerde) vastgoedfondsen. De 31 leden hebben voor circa 60 miljard euro aan Nederlands onroerend goed in bezit en nog eens zo’n 150 miljard aan vastgoed in het buitenland. De bij de IVBN aangesloten vastgoedorganisaties beleggen in woningen, kantoren, winkels, bedrijfsruimten en parkeergarages. Zij verhuren circa 133.000 woningen en zijn daarmee de derde aanbiedende partij op de woningmarkt. Het commercieel vastgoed is opgebouwd uit kantoren (circa 6 miljoen m2), winkels (circa 4,5 miljoen m2) , bedrijfsruimten en parkeergarages. IVBN is in 1995 opgericht om de gemeenschappelijke belangen van haar leden te behartigen en de bedrijfstak verder te professionaliseren.

Terug