TOELICHTING EN HANDLEIDING
op/bij de “Beschrijving van gehuurde bij aanvang huurovereenkomst” .
De “Beschrijving van het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst” is opgesteld door een werkgroep van vertegenwoordigers van nagenoeg alle in Nederland opererende organisaties van particuliere en professionele verhuurders en vastgoedmanagers van woonruimte. Van huurderszijde nam de Woonbond aan de werkgroep deel.
De Beschrijving heeft als doel om bij de aanvang van de huurovereenkomst de onderdelen en de voorzieningen die in de (buiten)ruimten van een zelfstandige woonruimte aanwezig zijn te inventariseren en de toestand of staat waarin deze verkeren vast te leggen. Die toestand of staat kan door middel van (digitale) foto’s worden ondersteund.
Tevens kunnen de meterstanden en de aantallen sleutels die aan huurder worden afgegeven, in de Beschrijving worden genoteerd.
Het staat huurder en verhuurder vrij om bij het aangaan van de huurovereenkomst de Beschrijving zoals deze door de werkgroep is opgesteld, geheel of gedeeltelijk en voor zover van toepassing, te gebruiken of aan te passen. Ook andere wijzen van beschrijvingen zijn mogelijk. De Beschrijving zoals die door de werkgroep is opgesteld is dus bedoeld om als model te dienen. Mocht een tot het gehuurde behorend(e) onderdeel, voorziening of (buiten)ruimte niet in de standaardbeschrijving zijn opgenomen dan kan de Beschrijving daarmee worden aangevuld.
Het is gebruikelijk dat de Beschrijving door de rapporteur van verhuurder wordt opgemaakt.
Bij het einde van de huurovereenkomst dient de Beschrijving als een bewijsmiddel dat aangeeft in welke toestand of staat de gehuurde woning zich bij het aangaan van de huurovereenkomst bevond. Dit is van belang omdat de woonruimte bij beëindiging van de huurovereenkomst door huurder in die ”aanvangsstaat” aan verhuurder behoort te worden opgeleverd, behoudens normale veroudering en slijtage. Het is aan verhuurder om dit te bewijzen. Een uitzondering geldt voor voorzieningen die door de huurder met toestemming van de verhuurder zijn aangebracht. Deze mogen in principe in de woning achterblijven, tenzij bij het verlenen van de toestemming anders is bepaald.
Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat huurder en verhuurder bij het opmaken van de Beschrijving met elkaar in discussie gaan over de vraag of een voorziening zich in goede staat of in niet-goede staat bevindt!
Bij elk onderdeel en bij elke voorziening van een (buiten)ruimte kan door het zetten van een kruisje worden aangegeven of dat onderdeel of die voorziening zich volgens huurder én verhuurder in goede dan wel in niet-goede staat bevindt.
Als partijen omtrent die staat van mening verschillen, wordt daarover ter plaatse geen discussie gevoerd, maar wordt dit simpel aangegeven door het zetten van een kruisje op de daarvoor bestemde plaats. (in de kolom v.v.m.).
Onderaan de Beschrijving is vermeld, dat bij verschil van mening, de rapporteur van verhuurder tijdens de opname in de meest rechtse kolom alleen aangeeft:
De rapporteur van verhuurder kan tijdens de opname uiteraard gebruik maken van een nader in te vullen voorgedrukte Beschrijving voorzien van een of meer doorslagen. Dat heeft als voordeel dat hij direct een getekend exemplaar van de Beschrijving bij huurder kan achterlaten. In dat geval kan de alinea in de Beschrijving waarin staat dat huurder binnen vijf werkdagen een afschrift ontvangt, natuurlijk vervallen.