CvTI: Commissie van Toelating en Integriteit

IVBN kent een Commissie van Toelating en Integriteit. In het Reglement staan de taken en de werkwijze van deze commissie. Kort gezegd heeft de CvTI als taken het adviseren (Advies CvTI) van het bestuur betreffende de toelating van nieuwe (geassocieerd) leden; het dienen als centraal aanspreekpunt voor integriteit binnen de institutionele vastgoedsector en het behandelen van meldingen inzake misstanden of incidenten ten aanzien van leden. Een melding vindt primair (vertrouwelijk) plaats bij de directeur van IVBN. Een melding kan niet anoniem plaatsvinden, maar zowel de melder als de melding zelf zullen zeer vertrouwelijk worden behandeld. De directeur licht ogenblikkelijk de voorzitter van de CvTI in.

De samenstelling van deze commissie is als volgt:


 
O. Breur
 (voorzitter)
ing. G.J. Jautze mr. J. Hoekstra
 
drs. M.L.J. de Jong
 
drs. R.J.M. Hogenboom MRICS

Voor nevenfuncties van de Commissie van Toelating en Integriteit, Nevenfuncties CvTI

De CvTI stelt geen bijzondere vormvereisten aan de melding. De CvTI staat tevens open voor meldingen die er vanuit niet-IVBN-leden gedaan zouden worden over IVBN-leden. Als er intern, dus binnen de organisatie van een IVBN-lid zelf een incident of misstand plaatsvindt en dat wordt gemeld aan de CvTI, dan moeten de daartoe aanwezige interne regels bij dat lid in voldoende mate een oplossing bieden. Het CvTI zal dan doorverwijzen naar de interne regeling.

De CvTI behandelt de melding vertrouwelijk, maakt een eigen afweging en beoordeelt of de melding zal worden besproken met het betreffende management of de toezichthouder (bijvoorbeeld Raad van Commissarissen) van de lidorganisatie waarover de melding binnenkomt. De commissie stelt de melder daarvan in kennis.

Mocht het aangesproken lid van IVBN niet of onvoldoende reageren op de melding en de commissie niet (voldoende) op de hoogte stellen van de afwikkeling van de melding, zal de commissie het bestuur van IVBN informeren. Het bestuur is bevoegd sancties op te leggen aan het betreffende lid. De commissie zal tenminste één keer per jaar vertrouwelijk aan het bestuur terugmelden of er meldingen bij de commissie zijn binnengekomen en of de commissie op grond daarvan meldingen heeft doorgegeven.